Tel: 016 22 05 70
Vismarkt 16, 3000 Leuven
Leuven

Leuven en "De Blauwe Schuit"

De vruchtbare streek rond Leuven is altijd al een trekpleister geweest voor mensen. Opgravingen hebben bewezen dat er al rond 130.000 VC mensen woonden aan de oevers van de Dijle en de overblijfselen van Romeinse villa’s vertellen ons de overwinning van Julius Caesar op de Eburonen ergens rond 58 VC.

De naam Leuven, of beter gezegd Lovanium, ging voor de eerste maal over de lippen in 884. Het betekent ‘snel stromend water’ en verwijst naar een klein beekje ten zuiden van het huidige stadscentrum.

Het zou echter nog een kleine 200 jaar duren vooraleer Leuven op de kaart kwam te staan. Dit is grotendeels de verdienste van een zekere ‘Lambert met de baard’ die zich hier kwam vestigen. Het zouden zijn nazaten zijn die van Leuven de hoofdstad van het hertogdom Brabant hebben gemaakt.

Rond 1160 werd de oude feodale versterking die de stad beschermde vervangen door een stenen ringmuur die in de 13de eeuw vergezeld werd van een tweede ringmuur die nodig was door de toenemende bevolking en handelsinfrastructuur. Een handel die floreerde vanwege de gunstige ligging van ‘de stad aan de oevers van de Dijle’ op de landweg tussen Brugge en Keulen. Een route die door het doorvoerverkeer van de haven van Oostende naar Duitsland een belangrijke rol zou gaan spelen.

Hier begint ook de geschiedenis van ‘De blauwe schuit’.

Het was immers in 1236 dat de Augustijnen een terrein tot hun beschikking kregen van de magistraat van Leuven en hertogin Adelaide. Het domein tussen Vaartstraat en Dijle, waar zich nu de vismarkt bevind, gebruikten de Augustijnen om er in 1284 een groot klooster te bouwen met kloosterkerk en alle nodige faciliteiten.

Het klooster vormde het hart van het culturele leven in Leuven en de Augustijnen hielden er nauwe banden op na met de Leuvense Alma Mater. Het was immers in de refter van het klooster dat Jan IV in 1425 de Leuvense universiteit oprichtte die Leuven vandaag nog altijd haar internationale roem geeft. In 1147 liet prior Jan Godthebsdeel het klooster inlijven bij de universiteit. Het klooster zou dan voornamelijk gebruikt worden als vergaderlocatie voor de administratie maar ook als een plaats waar kerkelijk recht gedoceerd werd als onderdeel van de vier faculteiten: kerkelijk recht, burgerlijk recht, kunsten (nu faculteiten van Wetenschappen en van Letteren) en geneeskunde.

Enkel de keuken en de refter overleefden de Franse revolutie gedeeltelijk, al de rest werd in 1796 opgeheven en gesloopt. Het domein werd in 1798 tijdens het Franse bewind eigendom van Benoît Marcelis, een veerman die een belangrijke rol heeft gespeeld in de havengeschiedenis van de stad.

Op de resten van de kloosterkeuken en refter werd in 1833 door Ernest Masoin-Peyrot, een universiteitsprofessor geneeskunde, een herenwoning met dienstgebouwen gebouwd. Tot op heden is de oorspronkelijke architectuur behouden gebleven. Sterker nog, ‘De blauwe schuit’ is de enige plaats in Leuven waar je nog de authentieke restanten van de Augustijnenorde en haar klooster kan bekijken.

Auteur: K. Renotte – Bronnen: Mededelingen van de Geschied- en Oudheidkundige Kring voor Leuven en omgeving (Lefever H.) – Stadsarchief Leuven, Modern Archief, doss. 32368 – Zetel van het Augustijns Historisch Instituut (AHI) – Sanderus A. Chorographia Sacra Brabantiae . . . Brussel, 1659 – Koen Van Hoof