Tel: 016 22 05 70
Vismarkt 16, 3000 Leuven
Bezienswaardigheden

Bezienswaardigheden in de buurt

Begijnhoven

Het Groot Begijnhof verdiende in 2000 zijn plaats op de werelderfgoedlijst van UNESCO.

Het Klein Begijnhof dateert uit de 13de eeuw.

Klein begijnhof

In de schaduw van de Sint-Geertrui abdij leefde ooit een begijnengemeenschap. Het ‘Sint-Catharina Begijnhof’ of ‘Klein begijnhof’ is genoemd naar zijn patroonheilige. Het kende zijn oorsprong in 1269 toen Bertula, beghina de sancta Gertrude de Lovanio, een cijns schenkte aan de Sint-Geertruipriorij. In 1275 kwam een infirmerie bij die wellicht de kern heeft gevormd waaruit het begijnhof zich heeft gevormd. Twintig jaar later kreeg het begijnhof een eigen kapel, die op de plaats heeft gestaan waar we nu de begijnhofkerk vinden.

In de 17de eeuw floreerde het klein begijnhof, het overgrote deel van de vandaag bewaarde gebouwen dateren uit die periode. Het Domein strekte zich uit van aan de Mechelsestraat in het westen tot aan de Dijle in het Oosten. De meeste begijnen woonden in het westelijk deel langs de straat lopend van de Sint-Geertruikerk tot aan de begijnhofkerk.

Het Klein Begijnhof was een volwaardig begijnhof, hoe klein het ook geweest moge zijn, ternauwernood één straatje en een plein.

Het Franse bewind in 1789 maakte een einde aan het ‘Klein Begijnhof’. De steunverlenende instantie werden verplaatst en gegroepeerd binnen de Godshuizencommissie. De kerk werd gesloten en in 1862 afgebroken.

In 1974 werd het ‘Klein Begijnhof’ beschermd als monument, waarop het OCMW een grondige restauratie opstartte. Ongeveer de helft van de huizen werd verkocht en is nu in particuliere handen.

Groot begijnhof


Over de oorsprong van de naam begijn bestaat geen duidelijkheid. Deze vrouwen legden slechts tijdelijke geloften van kuisheid en gehoorzaamheid af door de hen gekozen ‘meesteressen’. In tegenstelling tot de kloosterlingen waren zij niet gehouden aan de regel van armoede en konden zij persoonlijke goederen en inkomsten bezitten. Voor de rest voorzagen zij in hun levensonderhoud via schenkingen die aan het begijnhof gedaan werden. Ze haalden ook inkomsten uit onderderwijs, ziekenzorg, handenarbeid zoals borduren, naaien, wassen, spinnen …

Het Groot Begijnhof werd begin 13de eeuw gesticht, buiten de toenmalige stadsmuren. De oudste huizen dateren uit de 16de eeuw, toen de oorspronkelijke lemen woningen in steen herbouwd werden. Sommige van de 72 huizen werden genoemd naar een heilige of naar een gebeurtenis uit het testament. De Sint-Jan-de-Doperkerk is vroeggotisch: een gedenksteen in de rechtersteunbeer vermeldt 1305 als bouwjaar.

Bij de afschaffing van het begijnhof in 1795 leefden er 198 begijnen. De welgestelden onder hen beschikten over een particuliere woning. Armere begijnen leefden samen in ‘conventen’, gemeenschapshuizen. Voor de zieke en arme oude begijnen was er een infirmerie.

Het Groot Begijnhof lijkt wel een stadje in de stad. Het is een aaneenschakeling van straatjes, pleintjes, tuinen en parkjes, met tientallen huizen en conventen in traditionele bak- en zandsteenstijl. Dit stadje werd tussen 1964 en 1989 gerestaureerd door de K.U.Leuven, die de site in 1962 had gekocht van de toenmalige Commissie van Openbare Onderstand.

Vandaag wonen er studenten en universiteitsmedewerkers. De kerk werd in erfpacht gegeven aan de K.U.Leuven. De oude infirmerie wordt ingenomen door de Faculty Club, een ontmoetingscentrum voor het personeel van de K.U.Leuven. Het Convent van Chièvres (huis nr. 39) is ingericht als centrum voor congressen.

Op 31 maart 2000 werd het Groot Begijnhof erkend als werelderfgoed van de Unesco.

Beiaard

In de 16de eeuw maakte de beiaard haar intrede in Vlaanderen en Brabant. Het sloeg letterlijk en figuurlijk aan bij de inwoners van grote steden en werd een typisch kenmerk in de Lage Landen. Tijdens de Franse revolutie werden heel wat beiaarden vernietigd en beroofd maar de dag van vandaag slaan ze des te meer en des te vaker hun bewonderaars met verbazing.

Leuven telt binnen zijn muren vier zingende torens en bekleedt daarmee een vooraanstaande plaats in het internationale beiaardlandschap. Op die vier instrumenten wordt in totaal meer dan 200 maal per jaar gespeeld. In geen enkele Belgische stad klinkt meer beiaardmuziek dan in Leuven.

Toren van de Sint-Pieterskerk (Grote Markt)

Al in 1525 werd een wedstrijd georganiseerd om te bepalen wie het mooist kon spelen op de klokken van Sint-Pieter. De huidige beiaard is een werkstuk van de Leuvense klokkengietersfamilie Sergeys en bevat 49 klokken met een totaal gewicht van 17 ton. De beiaard werd in 1943 gedeporteerd om gesmolten te worden voor oorlogsdoeleinden, maar de meeste klokken werden na de oorlog teruggevonden en opnieuw in de toren opgehangen. De speeltrommel bevat 14760 gaatjes en wordt elk jaar voorzien van nieuwe muziek. Het uur wordt geslagen door Meester Jan, die in 1998 werd geplaatst ter vervangen van de historische uurklopper, die in de 16de eeuw was verdwenen. Stadsbeiaardiers Eddy Mariën en Koen Van Assche bespelen de beiaard tijdens de vrijdagse markt van 12 tot 13 u en tijdens de zaterdagse shoppingnamiddag van 15 tot 16 uur.

Toren van de universiteitsbibliotheek (Mgr. Ladeuzeplein)

De beiaard van de bibliotheek is een herdenkingsmonument voor de Amerikaanse ingenieurs die tijdens de Eerste Wereldoorlog gesneuveld zijn. De 48 klokken werden gegoten door de beroemde Engelse klokkengieterij Gillett & Johnston. Het instrument overleefde de brand die de bibliotheek teisterde in 1940 en telt momenteel 63 klokken met een totaal gewicht van maar liefst 35 ton. Elk kwartier speelt de automaat een fantasie op de Reuzegom. Het uur wordt geslagen door de 7 ton zware Liberty Bell of Louvain. Universiteitsbeiaardier Luc Rombouts en gastbeiaardiers bespelen de beiaard tijdens het academiejaar op dinsdag en donderdag van 19 tot 19.45 u. Tijdens elke bespeling kan het publiek de toren bezoeken (reserveren op beiaard@kuleuven.be). De beiaard kan het best beluisterd worden op het Mgr. Ladeuzeplein of in het theater in de Erasmustuin (achterkant bibliotheek).

Toren van de Sint-Geertruikerk (Halfmaartstraat)

De beiaard van Sint-Geertrui is de oudste van de stad. Hij werd in 1778 door abt Willem de Renesse besteld bij de beroemde Leuvense klokkengieter Andries Vanden Gheyn. Hij werd slecht licht beschadigd toen de toren in 1944 werd getroffen door een geallieerd luchtbombardement en telt momenteel 49 klokken met een totaal gewicht van 15 ton. Elk halfuur laat de automaat frisse klanken horen over de buurt van Sint-Geertrui. Op zondag speelt de automaat zelfs een uur lang van 15 tot 16 u. Bij bijzondere gelegenheden laat kerkbeiaardier Marc Van Eyck het instrument klinken vanop het stokkenklavier. De binnentuin van de Sint-Geertruiabdij biedt een excellente luisteromgeving.

Toren van de Sint-Jan-de-Doperkerk (Groot Begijnhof)

De beiaard van het Groot Begijnhof is een lichtgewicht: de 45 klokken wegen samen slechts 1,3 ton. De kern van het instrument zijn 16 klokken die tot 1983 deel uitmaakten van de beiaard van de universiteitsbibliotheek. Het instrument laat zijn frisse klanken horen voor de bewoners van het stemmige Groot Begijnhof. Om het half uur speelt de automaat melodietjes, aangepast aan de tijd van het jaar. Elke eerste en derde woensdag van de maand wordt de beiaard van 19 tot 20 u bespeeld door universiteitsbeiaardier Luc Rombouts.

Musea

Wie tijdens zijn bezoek aan Leuven wat cultuur wil opsnuiven, kan terecht in één van de Leuvense musea.

M

M, het nieuwe Museum Leuven, opende in september 2009 zijn deuren. Het indrukwekkende, strakke museumgebouw, gelegen in het hartje van de stad, is een echte blikvanger.

Het geheel, naar een ontwerp van Belgisch toparchitect Stéphane Beel, integreert bestaande historische panden en hedendaagse architectuur, gebouwd rondom een statige oude eik in een rustige binnentuin. Van op het museumdak heb je een prachtig uitzicht over de stad.

Website M Leuven

Schatkamer van St-Pieter

De Schatkamer bevindt zich in het koor van de Sint-Pieterskerk, die bekend staat als een van de mooiste voorbeelden van de 15e-eeuwse Brabantse hooggotiek.

Sinds 1998 vind je er talrijke beelden, schilderijen en verschillende objecten van edelsmeedwerk, zoals reliekbeelden, monstransen en kelken.
De bekendste werken zijn het Laatste Avondmaal van Dirk Bouts, de schilderijenreeks Fiere Margriet, het praalgraf van Hendrik I en het Christushoofd.

Scoutsmuseum

Het Scoutsmuseum en het Scoutsarchief zijn gevestigd in de kapel van de voormalige Sint-Geertrui abdij, die reeds in de 13de eeuw werd bewoond. De abdij veranderde diverse malen van bestemming en fungeerde, voor de kapel een museale functie kreeg, zowel als bedrijfs- als als woonruimte.

In het museum wordt aan de hand van vlaggen, kentekens, documenten en foto’s een historisch overzicht gegeven van de scouts- en gidsenwerking in België en daarbuiten. Ook het archief doet dienst als geheugen van de beweging en wordt vaak geraadpleegd voor de organisatie van jubilea of tentoonstellingen of bij het tot stand komen van historische publicaties.

Spoelberchmuseum

In Leuven werd op 27 september 1995 het Spoelberchmuseum opnieuw geopend. De kunstcollectie die erin tentoongesteld wordt, werd aan de universiteit geschonken na de dood van Charles-Victor de Spoelberch (1836-1907). Charles-Victor was de laatste mannelijke erfgenaam van een tak van de familie die het oude familiedomein in de gemeente Lovenjoel (ten westen van Leuven) bewoonde. Hijzelf was een bekend bibliograaf en verzamelaar, die zijn collectie autografen, manuscripten, drukken en documentatie van en over schrijvers als Balzac, Sand, Gautier, Sainte-Beuve aan het Institut de France schonk. Tot vandaag vormt ze in de Bibliothèque Mazarine een verplichte stop voor literatuurhistorici. De kunstverzameling van de familie schonk hij samen met de domeinen in Lovenjoel aan de Universiteit. Op het familiedomein heeft de Universiteit een psychiatrisch ziekenhuis en een Medisch-Pedagogisch Instituut laten oprichten.

De kunstcollectie bevat de voorvaderlijke portrettengalerij, een aantal pronkmeubels uit de zeventiende en achttiende eeuw en stukken familiezilver. Misschien het belangrijste onderdeel is een collectie oosters en Europees porselein uit de 18de en 19de eeuw, verzameld door Maximilien de Spoelberch, vader van Charles-Victor. De collectie werd eerst in het Heiliggeestcollege tentoongesteld en na de afwerking van de Universiteitsbibliotheek in 1927 naar daar overgebracht. Daar werd ze zwaar beschadigd, maar net niet vernield door de grote brand die de bibliotheek in de as legde na de beschieting door de Duitsers in 1940. Dank zij mecenaat van de leden van een andere tak van de familie, konden de schilderijen en meubels gerestaureerd worden. Het resultaat daarvan kan nu opnieuw bewonderd worden in het Heiliggeestcollege.

Het Spoelberchmuseum is toegankelijk voor groepen na afspraak en reservatie van een gids bij de K.U.Leuven. Het museum is ook open voor individuele bezoekers op elke tweede zaterdag van de maand van 14 tot 17 u., behalve op officiële feestdagen. Adres museum: Heiliggeestcollege, Naamsestraat 40, 3000 Leuven. Reservaties groepsbezoeken: Dienst Communicatie K.U.Leuven, Naamsestraat 22, 3000 Leuven, tel. 32/(0)16/324015. Als wandelgids voor het museum verscheen een rijk geïllustreerde brochure in het Nederlands, Frans en Engels, waarin de geschiedenis van de familie en enkele topstukken uit de collectie beschreven worden.

Museum van het Vlaams studentenleven

In het Studentenmuseum vind je allerhande souvenirs en memorabilia van het Leuvense studentenleven uit de 19de en 20ste eeuw.

Deze unieke verzameling, bijeengebracht door dr. Mon de Goeyse bevat o.m.:

  • Archieven van tientallen studentenverenigingen vooral uit Leuven (Met Tijd en Vlijt, Algemeen Katholiek Vlaams Studentenverbond, Katholiek Vlaams Hoogstudentenverbond, Algemene Studentenraad)
  • Een collectie foto’s, tekeningen en affiches
  • Een bibliotheek met een rijke verzameling studententijdschriften, boeken, brochures en pamfletten
  • Een museumafdeling met vlaggen van studenten-verenigingen, voorwerpen uit het clubleven, herinneringen aan de vernederlandsing, en souvenirs van bekende studentenleiders zoals Albrecht Rodenbach en Jef van den Eynde.
  • Het museum kan je gaan bezoeken na reservatie en is gesitueerd in de Universiteitsbibliotheek.

    HistarUZ

    UZ Leuven bestaat nu meer dan 80 jaar. Omdat waardevolle objecten en materialen niet uit het patrimonium mogen verdwijnen, worden ze sinds 2006 op een deskundige manier gearchiveerd en bewaard op de Kapucijnenvoer 35 – Blok J, in HistarUZ, het historisch archief van UZ Leuven.

    Daar vind je een indrukwekkende verzameling erfgoed: van instrumenten, allerlei soorten onderzoekstafels, rolstoelen, karren en kasten tot allerhande boeken, foto’s, beeldmateriaal en documenten. Een stafmedewerkster zorgt er samen met 13 enthousiaste vrijwilligers voor dat alles gereinigd, hersteld, gefotografeerd en digitaal gecatalogeerd wordt. Zo wordt een uitgebreide databank voor de geschiedenis van de geneeskunde en de universitaire gezondheidszorg in Leuven uitgebouwd.

    In 2007, 2009 en 2011 werd met succes deelgenomen aan de erfgoeddag, met telkens meer dan 850 bezoekers. Ter gelegenheid van de erfgoeddag werden 16 kamers uit de jaren 50 terug tot leven gewekt met boeiende objecten, foto’s en documenten uit de eerste jaren van het ziekenhuis.

    De tentoonstelling is publiek toegankelijk: elke eerste en derde donderdag van de maand van 9 tot 12u & elke tweede en vierde zaterdag van de maand van 14 tot 17u. Gesloten op feestdagen.

    Uitstap

    Leuven biedt heel wat mogelijkheden om met je gezin en/of vrienden er eens op uit te trekken.

    Stella-Artois

    Het eerste glas Stella Artois werd gebrouwen in 1926, als een kerstbier in de Artois-brouwerij te Leuven. Deze brouwerij bestond al sinds 1366, en was wijd en zijd bekend als brouwerij Den Hoorn.

    De naam ‘Stella Artois’ is een samensmelting van het Latijnse woord voor ‘ster’ (Stella) en de naam van de stichter van de brouwerij, Sèbastien Artois, meesterbrouwer sinds 1708. Het bier kende zo’n succes dat de toenmalige brouwer het permanent op de markt bracht.

    De subtiele smaak van Stella Artois ontstaat door de beste mout en de fijnste hopsoorten te mengen. Het gebruik van enkel natuurlijke ingrediënten garandeert een frisse kwaliteitspils met een licht bittere smaak.

    Kijk voor meer informative voor een brouwerijbezoek op: www.breweryvisits.com

    Leuvense kruidtuin

    De eerste wetenschappelijke tuinen waren kruidtuinen, verzamelingen en tegelijk voorraden van geneeskrachtige planten. De kruidtuinen hadden dus een rechtstreeks verband met de geneeskunde.

    Later werden meer zuiver plantkundige tuinen ingericht met planten met sierwaarde, potentieel economische gewassen, merkwaardige planten als studieobjecten. De oude benaming ‘kruidtuin’ is wel voor bepaalde instellingen blijven bestaan, zoals in Leuven.

    De botanische tuin in het centrum van de universiteitsstad Leuven is vooral op didactisch, economisch, wetenschappelijk en recreatief (passief) vlak erg belangrijk.

    Op een oppervlakte van ca. 2,2 ha bevindt zich een uitgebreide verzameling bomen, heesters en struiken. Naast de verzameling kruidachtige planten, kruiden, water- en kuipplanten, stelt het serrecomplex een verscheidenheid van tropische en subtropische soorten tentoon (450 m²).

    Bij koninklijk besluit van 6 juli 1976 werd de oranjerie als monument en de hele Kruidtuin als landschap gerangschikt. Geregeld vinden er tentoonstellingen plaats in de oranjerie, in het poortgebouw en in openlucht. De tuin wordt beheerd en gerenoveerd door de groendienst.

    Gebouwen

    Er zijn heel wat bijzondere gebouwen te bezoeken in Leuven. Van kerken en abdijen tot de mysterieuze zeven wonderen.

    Zeven wonderen

    In de oudheid kende men de zeven wereldwonderen, o.a. de hangende tuinen van Babylon, de Kolos van Rhodos, de piramide van Cheops, …

    Toen de studenten dit in de 16de eeuw vernamen, zochten en vonden ze in Leuven ook zeven wonderen.

  • De mensen gaan onder de wortels der bomen.

    Ook aan de huidige Tervuurse poort was er vroeger een stadspoort, de Groefpoort. Bovenop deze poort groeiden zeven olmen. En dus kon men hier onder de bomen doorlopen. Dit wonder verdween in de 19de eeuw, toen de poort gesloopt werd.

  • De levenden gaan onder de doden.

    Tot in 1781 was het volgende wonder te bezichtigen aan de Hoelstraatpoort, één van de poorten van de oudste Leuvense omwalling, in de Tiensestraat. Op deze omwalling, en deels ook op de poort, stond de romaanse Sint-Michielskerk. Zoals gebruikelijk werden er in de kerk zelf vele vooraanstaande personen begraven. Maar deze mensen lagen dus begraven op de poort, zodat men onder hen door kon lopen.

  • Het water vloeit tegen de stroom in.

    Dit wonder hangt samen met de legende van het Fiere Margrietje. Volgens de legende dreef het lijk van Margriet stroomopwaarts op de Dijle. Dit is (was) echter perfect mogelijk. De Dijle splitst zich in Leuven in vele armen, meestal uitgerust met sluizen. En door de sluizen aan het Oratoriënhof kon men het water terug de stad in laten stromen. De arm waarlangs dit gebeurde is echter later gedempt.

  • De toren lager dan de kerk.

    Het laatste wonder is weer te vinden aan een kerk. De barokke kerk van het klooster van de Ongeschoeide Karmelietessen of Theresianen had namelijk geen toren. De klokkentoren bevond zich boven de sacristie en kwam nauwelijks hoger dan de nok van het dak. De kerk werd echter in 1808 afgebroken.

  • Het altaar buiten de kerk.

    En het laatste nog bestaande wonder, is de voormalige Jezuïetenkerk, nu de Sint-Michielskerk. Pater W. Van Hees, de ontwerper, schiep een waar barok kunstwerk. De gelijkenis met een altaar zou zo frappant zijn – zelfs de H. Hostie is bovenaan afgebeeld – dat dit een waar ‘altaar buiten de kerk’ is. Ook valt de kerk erg op tussen de vele gotische kerken van Leuven.

  • De toren zonder nagels.

    Toen de toren van de abdij- en parochiekerk Sint-Geertrui in 1453 voltooid werd, gebeurde dit zonder dat er ook maar één spijker aan te pas kwam. Hij is namelijk volledig van steen, met inbegrip van de spits. En omdat er daarom geen leien of hout gebruikt werden, waren er geen spijkers nodig.

  • De klok buiten de toren
    Een andere bijzonderheid is één van de klokken van de Sint-Jakobskerk. Deze – volgens de legende ongedoopte, en dus duivelse klok – mocht niet binnen de kerk hangen en hangt dus buiten aan de toren. Een iets profanere waarheid is dat de klok is geschonken door de socialisten en dus niet in de kerk mocht hangen.
  • Momenteel bestaan alleen nog de drie laatste ‘wonderen’. De anderen zijn in de loop der eeuwen verdwenen.

    Stadhuis

    Dit is het derde stadhuis van Leuven. Het eerste stond op de Oude Markt, het tweede op de Grote Markt vlakbij bij de kerk.

    De bouw start in 1439. De kelders van de bestaande huizen blijven bewaard. Ze zijn gerestaureerd en toegankelijk via het deurtje linksonder. De eerste architect was ondertussen overleden. Hij wordt in 1439 opgevolgd door Jan Keldermans II.

    In 1448 is het de beurt aan Matheus de Layens. Hij schrapt de belforttoren op de hoek van de Naamsestraat. Dat geeft het gebouw zijn typisch laatgotisch uitzicht (4 hoektorens, 2 noktorens en een borstwering die rond het gebouw loopt).

    Sint-Pieterskerk

    De Sint-Pietersparochie is de oudste van Leuven. Ze werd waarschijnlijk in 986 gesticht.

    De eerste kerk brandde af in 1176. Toen werd een nieuwe romaanse kerk opgericht met een crypte achteraan het koor. De westbouw was geflankeerd door twee traptorens en wordt afgebeeld op het oude stadszegel.

    Met de constructie van het huidige gotische gebouw – veel ruimer opgevat dan de romaanse kerk – werd begonnen in 1425. Het koor werd gebouwd door Sulpicius van Vorst. Na hem volgden verschillende bouwmeesters elkaar op. Ook hier speelden Jan Keldermans II en Matheus de Layens een belangrijke rol.

    De kerk zelf was praktisch voltooid in 1497.

    Sint-Michielskerk

    De kerk werd tussen 1650 en 1666 in witte zand- en ijzersteen gebouwd.

    De voorgevel, met Ionische zuilen, pilasters en friesen die versierd zijn met onder meer engeltjes, druiventrossen en maïskolven, heeft het uitzicht van een altaar. De gevel is als ‘het altaar buiten de kerk’ een van de 7 wonderen van Leuven.

    De kerk werd bijna volledig vernietigd tijdens een luchtaanval op de stad in de nacht van 10-11 mei 1944. Alleen de voorgevel bleef als bij wonder gespaard. De wederopbouw van de kerk werd beëindigd in 1950.

    Universiteitsbibliotheek

    Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd de bibliotheek van de universiteit in de universiteitshal door een brand vernield. Met Amerikaanse gelden werd in 1921 volgens de plannen van Whitney Warren een nieuw bibliotheekgebouw in Vlaamse renaissance opgericht.

    De honderden ingebeitelde stenen die in het gebouw zijn verwerkt, herinneren aan de schenkingen. Op de middengevel staan de borstbeelden van Koningin Elizabeth, Koning Albert en Prins Leopold. Bovenaan in bas-reliëf, de brand van de universiteitshal. Op de zijgevels beelden van de sedes sapientiae en van kardinaal Mercier.

    De bibliotheek bevat meer dan drie miljoen boekdelen.

    Abdij van Park

    Omstreeks 1100 was de zuidoostelijke rand van Leuven nog grotendeels bebost. Hier had de hertog van Brabant, die Leuven als zijn residentiestad had gekozen, zijn jachtpark.

    Rond 1129 schonk Godfried met de Baard zijn jachtpark ten zuid-oosten van Leuven aan de Norbertijnen, nog altijd de bewoners van een bezienswaardig gebouwencomplex, omgeven door groene weiden en waterpartijen.

    Als een kring rond de abdij liggen de muren en poortgebouwen, de watermolen, de machtige hoeve en de tiendenschuur, in vroegere jaren bestemd voor agrarische en economische activiteiten.

    De opeenvolgende bouwstijlen van romaans over gotiek naar renaissance en tenslotte (laat-) barok, hebben hier hun sporen nagelaten in een typische Brabantse versie. De bezoeker wordt als het ware even opgenomen in het abdijleven wanneer hij de schitterend gerestaureerde abdijkerk en sacristie betreedt, neerzit in de stemmige kapittelzaal, of wandelend in de kloostergang de sfeer inademt van versteende schoonheid, zijn ogen de kost geeft in de refter en in de bibliotheek aan de onovertroffen stuc-plafonds en terugwandelend over het dormitorium naar de uitgang slechts kan overwegen dat een kloostergeschiedenis van meer dan acht eeuwen hier tastbaar aanwezig is.

    Op het kerkhof bevinden zich grafmonumenten van beroemde personen.

    Tafelrond

    (aan de oostzijde van de Grote Markt)

    Een gebouw met flink wat levens. Het stadsbestuur bestelt het in 1479 bij de architect van het stadhuis. Hij trekt een gebouw op dat eigenlijk drie huizen verenigt. De gilden en rederijkerkamers huren er lokalen.

    In 1817 is het Tafelrond rijp voor de sloop. De vervanger is een gebouw in empire-stijl dat in 1914 helemaal uitbrandt. De Nationale Bank besluit in 1921 om het te reconstrueren.

    Het Tafelrond is een van de laatste voorbeelden van neogotische architectuur in België.

    De beelden in de nissen stellen de regionale ambachten en de beheerders en de gouverneur van de bank voor.